Ik ben gearresteerd. Voor het winnen van een spelprogramma. Ze kwamen me gisteren halen, toen zelfs de zwerfhonden lagen te slapen. Ze beukten mijn deur in, sloegen me in de boeien en sleurden me mee naar een jeep met een rood zwaailicht. Er was geen tumult. Niemand kwam zijn hut uit. De enige die iets riep toen ik werd gearresteerd, was de oude uil in de tamarinde. Arrestaties zijn in Dharavi net zo gewoon als zakkenrollers in de trein. Er gaat geen dag voorbij zonder dat een of andere ongelukkige plaatsgenoot naar het politiebureau wordt afgevoerd. Sommigen worden wild schreeuwend en zich verzettend meegesleurd door de agenten. En anderen gaan rustig mee. Degenen die de politie verwachten, er misschien zelfs op wachten. Voor hen is de komst van de jeep met het rode zwaailicht zelfs een opluchting. Achteraf gezien had ik misschien moeten schreeuwen en trappen. Had ik moeten zeggen dat ik onschuldig was, had ik herrie moeten schoppen en de buren moeten alarmeren. Niet dat dat iets zou hebben geholpen. Zelfs als het me was gelukt een paar bewoners wakker te maken, zou niemand een vinger hebben uitgestoken om me te helpen. Mijn buren zouden met slaperige ogen het tafereel hebben gadegeslagen en een afgezaagde opmerking hebben gemaakt als: 'Daar gaat er weer een.' Dan zouden ze hebben gegaapt en weer naar bed zijn gegaan. Mijn vertrek uit de grootste sloppenwijk van Azië zou geen enkele invloed op hun levens hebben gehad. 's Ochtends zou dezelfde rij bij het water staan te wachten en zou dezelfde dagelijkse strijd zijn begonnen de trein van halfacht te halen. Ze zouden niet eens de moeite doen te achterhalen waarom ik was gearresteerd. Nu ik erover nadenk, realiseer ik me dat ik me dat niet eens afvroeg toen die twee agenten mijn hut binnenstormden. Als je hele bestaan zelf 'illegaal' is, als je in armoede in een stedelijk niemandsland woont waar je moet knokken voor een vierkante centimeter ruimte en zelfs in de rij moet staan om te kunnen poepen, heeft een arrestatie iets onontkoombaars. Je wordt geconditioneerd te denken dat er op een dag iemand verschijnt met een dagvaarding met jouw naam erop, dat er uiteindelijk een jeep met een rood zwaailicht voor jou komt. Er zullen mensen zijn die zeggen dat ik dit over mezelf heb afgeroepen. Door aan die spelshow mee te doen. Die zullen met hun vinger naar me zwaaien en me eraan helpen herinneren dat de ouderen in Dharavi zeggen dat je nooit over de lijn mag stappen die de armen van de rijken scheidt. Want waarom doet een straatarme ober mee aan een kennisquiz? De hersenen zijn geen orgaan dat wij mogen gebruiken. Wij horen alleen onze handen en voeten te gebruiken. Konden ze maar zien hoe ik die vragen heb beantwoord. Dan zouden ze na mijn optreden met respect naar me hebben gekeken. Het is jammer dat de show nog moet worden uitgezonden. Maar het begon uit te lekken dat ik iets had gewonnen. Zoiets als de loterij. Toen de andere obers het hoorden, organiseerden ze een feest voor me in het restaurant. We zongen, dansten en dronken tot diep in de nacht. We aten voor het eerst iets anders dan Ramzi's overgebleven eten. We bestelden kip biryani en seekh kebabs bij het vijfsterrenhotel aan Marine Drive. De bevende barman bood me zijn dochter ten huwelijk aan. Zelfs de chagrijnige manager glimlachte toegeeflijk naar me en betaalde me eindelijk mijn achterstallig loon. Die avond noemde hij me geen waardeloze klootzak. Of hondsdolle hond. Nu noemt Godbole me zo en nog erger. Ik zit in kleermakerszit in een cel van drie bij twee met een roestige metalen deur en een klein, vierkant raam met tralies waar stoffig zonlicht door naar binnen komt. Het is heet en vochtig in de gevangenis. Er zoemen vliegen rond de papperige overblijfselen van een overrijpe mango die geplet op de stenen vloer ligt. Een gedeprimeerd uitziende kakkerlak sjokt naast mijn been rond, behoedzaam om zich heen tastend. Ik begin honger te krijgen. Mijn maag rammelt. Iemand zegt tegen me dat ik zo zal worden ondervraagd. Voor de tweede keer sinds mijn arrestatie. Na eindeloos lang wachten neemt iemand me mee. Deze keer is het inspecteur Godbole zelf. Godbole is niet zo oud, misschien halverwege de veertig. Hij heeft een kalend hoofd en een rond gezicht dat wordt gedomineerd door een grote krulsnor. Hij loopt met zware passen en zijn overvoede buik hangt over zijn kakikleurige broek. 'Kolerevliegen,' scheldt hij en hij probeert er een dood te slaan die voor zijn gezicht vliegt. Dat mislukt. Inspecteur Godbole heeft vandaag geen goed humeur. Hij heeft last van de vliegen. Hij heeft last van de hitte. Er lopen straaltjes zweet over zijn voorhoofd. Hij veegt met de mouw van zijn overhemd over zijn gezicht. Waar hij nog het meest mee zit, is mijn naam: 'Ram Mohammad Thomas, wat is dat voor achterlijke naam, met al die religies? Wist je moeder niet wie je vader was?' vraagt hij, niet voor de eerste keer. Ik ga niet in op de belediging. Ik ben er ongevoelig voor geworden. Twee agenten staan naast de verhoorkamer stijf in de houding, een teken dat er binnen iemand zit die belangrijk is. Vanochtend stonden ze er nog paan te eten en vieze grappen te maken. Godbole duwt me letterlijk de ruimte binnen, waar twee mannen voor een lijst aan de muur staan met het aantal ontvoeringen en moorden van dit jaar erop. Ik herken een van hen. Het is dezelfde man, met lang haar als dat van een vrouw - of een rockster -, die aanwezig was tijdens de opnames van de show en via een headset instructies aan de presentator gaf. Die andere man, een blanke, ken ik niet. Hij is helemaal kaal en draagt een mauvekleurig overhemd met een knaloranje stropdas. Alleen een blanke is met deze enorme hitte zo gek om een pak met stropdas te dragen. Zoals kolonel Taylor. De ventilator aan het plafond draait op volle toeren, maar er is geen raam in de ruimte en het voelt alsof er geen lucht is. Er straalt hitte van de witte muren, die wordt gevangen door het houten plafond. Een lange, smalle lijn loopt door het midden van de kamer en verdeelt die in twee gelijke helften. Behalve een roestige tafel met drie stoelen eromheen staan er geen meubels. Recht boven de tafel hangt aan de houten balk een metalen lampenkap. Godbole presenteert me aan de blanke man als een circusdirecteur die zijn leeuw aan het publiek laat zien. 'Dit is Ram Mohammad Thomas, meneer.' De blanke man dept met een zakdoek zijn voorhoofd en kijkt naar me alsof ik een net ontdekte apensoort ben. 'Dus dit is onze beroemde winnaar! Ik moet zeggen dat hij er ouder uitziet dan ik dacht.' Ik probeer zijn accent te plaatsen. Hij spreekt met dezelfde nasale klank als de rijke toeristen uit plaatsen als Baltimore en Boston die zich vroeger verdrongen in Agra. De Amerikaan gaat op een stoel zitten. Hij heeft blauwe ogen en een roze neus. De groenige adertjes op zijn voorhoofd lijken op takjes. 'Hallo,' zegt hij tegen me, 'ik ben Neil Johnson. Ik vertegenwoordig NewAge Telemedia, eigenaar van het concept van de show. Dit is Billy Nanda, de producer van de show waaraan je hebt meegedaan.' Ik blijf stil. Apen horen niet te praten. En al helemaal niet in het Engels. Hij wendt zich tot Nanda. 'Hij verstaat toch Engels, hè?' 'Ben je gestoord, Neil?' vermaant Nanda hem. 'Hoe kan hij nou Engels spreken? Hij is een domme ober in een godvergeten restaurant, denk je niet na?' Het geluid van een naderende sirene doorboort de lucht. Er komt een agent de kamer binnenrennen. Hij fluistert iets tegen Godbole. De inspecteur rent met hem naar buiten en komt terug met een kleine, dikke man in het uniform van een belangrijke politieman. Godbole kijkt Johnson met een stralende geletandenlach aan. 'Meneer Johnson, de hoofdcommissaris sahib.' Johnson staat op. 'Dank u wel voor uw komst, hoofdcommissaris. Ik geloof dat u Billy al kent?' De hoofdcommissaris knikt. 'Ik ben gekomen zodra ik het bericht van de minister van binnenlandse zaken ontving.' 'Natuurlijk... Dat is een oude vriend van meneer Mikhailov.' 'Wat kan ik voor u doen?' 'Hoofdcommissaris, ik heb uw hulp nodig met W2M.' 'W2M?' 'Vakjargon voor Wie Wint een Miljard.' 'En dat is?' 'Een wereldwijde spelshow van ons bedrijf die een maand geleden - in vijfendertig landen - is gelanceerd. U hebt onze advertenties vast wel in Mumbai [Hindi-naam voor Bombay] zien hangen.' 'Die heb ik vast over het hoofd gezien. Maar waarom een miljard?' 'Waarom niet? Hebt u 'Wie Wil er Miljonair Worden' gezien?' 'Natuurlijk. Kaun banega crorepati. Het hele land was in de ban van die show. We moesten er bij mij thuis verplicht naar kijken.' 'Waarom hebt u gekeken?' 'Nou... Omdat hij zo interessant was.' 'Zou hij half zo interessant zijn geweest als de hoofdprijs tienduizend roepie was geweest in plaats van een miljoen?' 'Eh... Ik denk het niet.' 'Precies. Wat iedereen het liefst wil in het leven is niet seks. Het is geld. En hoe meer geld, hoe liever we het willen.' 'Ik begrijp het. En wie presenteert die show?' 'Prem Kumar.' 'Prem Kumar? Die B-acteur? Die is nog niet half zo bekend als Amitabh Bachchan, die Crorepati presenteerde.' 'Dat komt nog wel. Maar we moesten hem natuurlijk deels kiezen omdat hij een aandeel van negenentwintig procent in de Indiase dochter van NewAge Telemedia heeft.' 'Oké. Ik snap het al. En waar past die, hoe heet hij ook weer, Ram Mohammad Thomas, in het plaatje?' 'Die was vorige week deelnemer in onze vijftiende aflevering.' 'En?' 'En hij heeft op alle twaalf vragen een goed antwoord gegeven en een miljard roepie gewonnen.' 'Wat? Je maakt een grapje!' 'Nee, helemaal niet. We waren net zo verbijsterd als u. Die jongen is de winnaar van de grootste jackpot in de geschiedenis. De aflevering is nog niet uitgezonden, dus er weten nog niet zo heel veel mensen van.' 'Oké. Als u zegt dat hij een miljard heeft gewonnen, heeft hij een miljard gewonnen. Wat is dan het probleem?' 'Kunnen Billy en ik u even apart spreken?' De hoofdcommissaris gebaart Godbole de kamer te verlaten. De inspecteur kijkt me vuil aan en gaat weg. Ik blijf in de kamer, maar ze doen alsof ik er niet ben. Ik ben maar een ober. En obers verstaan geen Engels. 'Oké. Vertel eens,' zegt de hoofdcommissaris. 'Het probleem is, hoofdcommissaris, dat meneer Mikhailov op dit moment niet in de positie is dat hij een miljard roepie kan betalen,' zegt Johnson. 'Waarom heeft hij die dan aangeboden?' 'Nou... dat was een verkooppraatje.' 'Luister, ik begrijp het nog steeds niet. Zelfs als dat zo is, doet de show het dan niet nog beter als iemand de hoofdprijs heeft gewonnen? Ik weet nog dat als er iemand een miljoen won in 'Wie Wil er Miljonair Worden', de kijkcijfers verdubbelden.' 'Het gaat om de timing, hoofdcommissaris, de timing. Shows als W2M kunnen niet door toeval worden bepaald, door een worp met dobbelstenen. Ze moeten een vaststaand script volgen. En volgens ons script zou er pas op zijn vroegst over acht maanden een winnaar komen, en tegen die tijd zouden we het grootste deel van onze investeringen hebben terugverdiend via advertentie-inkomsten. Maar nu heeft die Thomas onze plannen verziekt.' De commissaris knikt. 'Oké, maar wat moet ik dan doen?' 'Ik wil dat u helpt bewijzen dat Thomas vals heeft gespeeld. Dat hij die twaalf antwoorden niet kon weten zonder medeplichtige. Ga maar na. Hij is nooit naar school geweest. Hij heeft nog nooit een krant gelezen. Het is onmogelijk dat hij de hoofdprijs zou winnen.' 'Nou... Ik weet het niet hoor,' de hoofdcommissaris krabt op zijn hoofd. 'Er zijn wel voorbeelden van jongens uit een arm milieu die later in het leven genieën blijken te zijn. Was Einstein ook niet mislukt op school?' 'Luister, meneer de hoofdcommissaris, we zullen u nu meteen bewijzen dat die jongen geen Einstein is,' zegt Johnson en hij gebaart naar Nanda. Nanda loopt naar me toe en haalt zijn vingers door zijn weelderige bos haar. Hij spreekt me aan in het Hindi. 'Meneer Ram Mohammad Thomas, als u inderdaad briljant genoeg was om de show te winnen, wilt u ons dan een plezier doen en nu aan nog een quiz deelnemen? Maakt u zich maar geen zorgen, het zijn heel makkelijke vragen. Bijna iedereen met een gemiddelde intelligentie weet de antwoorden. Hier komt vraag één: Wat is de munteenheid van Frankrijk? U kunt kiezen uit A) dollar, B) pond, C) euro en D) franc.' Ik zeg niets. De open hand van de hoofdcommissaris zwiept ineens naar beneden en treft me hard op mijn wang. 'Klootzak, ben je doof? Geef antwoord of ik breek je kaak,' dreigt hij. Nanda begint als een gek - of een rockster - op en neer te huppen. 'Kunnen we dit alstublieieieieft op een beschaafde manier doen?' zegt hij tegen de hoofdcommissaris. Dan kijkt hij me aan. 'En? Wat is uw antwoord?' 'De franc,' zeg ik ineens. 'Fout. Het goede antwoord is euro. Goed, vraag twee. Wie was de eerste man op de maan? Was dat A) Edwin Aldrin, B) Neil Armstrong, C) Yuri Gagarin of D) Jimmy Carter?' 'Dat weet ik niet.' 'Het was Neil Armstrong. Vraag drie. De piramides liggen in A) New York, B) Rome, C) Cairo of D) Parijs.' 'Dat weet ik niet.' 'In Cairo.' Vraag vier. Wie is de president van Amerika? Is dat A) Bill Clinton, B) Colin Powell, C) Arnold Schwarzenegger of D) George Bush?' 'Dat weet ik niet.' 'George Bush. U hebt jammer genoeg niet één vraag goed beantwoord.' Nanda draait zich om naar de hoofdcommissaris en begint Engels te praten. 'Ziet u, ik zei toch al dat die vent achterlijk is. De enige manier waarop hij vorige week die vragen heeft kunnen beantwoorden, is door vals te spelen.' 'Enig idee hoe hij dat kan hebben gedaan?' vraagt de hoofdcommissaris. 'Dat is het probleem. We hebben twee kopieën van de dvd-opname. Onze experts hebben die onder de microscoop bekeken en tot dusverre hebben ze niets kunnen vinden. Maar uiteindelijk vinden ze wel wat.' Ik ben ondertussen duizelig van de honger, die zich van mijn maag naar mijn keel heeft verplaatst. Johnson, de kale Amerikaan, kijkt me met een scherpe blik aan. 'Weet u nog die majoor uit het leger die een miljoen pond heeft gewonnen in 'Wie Wil er Miljonair Worden'? Dat was een paar jaar geleden in Engeland. Het bedrijf weigerde uit te betalen. De politie startte een onderzoek en slaagde erin de majoor te veroordelen. Er bleek een medeplichtige hoogleraar in het publiek te hebben gezeten die hem de antwoorden met gecodeerde kuchjes doorseinde. Ik weet zeker dat iets dergelijks hier ook is gebeurd.' 'Dus we moeten op zoek naar een hoestende man in het publiek?' 'Nee. Er zat niemand te hoesten. Er moet een ander signaal zijn gebruikt.' 'Misschien een pieper of mobiele telefoon?' 'Nee. We hebben geen metaaldetector gebruikt, maar we weten vrijwel zeker dat hij niets bij zich had. En zelfs als hij een pieper had, dan zou die in de studio niet hebben gewerkt.' De hoofdcommissaris krijgt ineens een idee. 'Zit er misschien een chip in zijn hersenen geïmplanteerd?' Johnson zucht. 'Hoofdcommissaris, ik ben bang dat u te veel sciencefictionfilms hebt gezien. Luister, wat er ook aan de hand is, u moet ons helpen erachter te komen. We weten niet wie de handlanger was. We weten niet wat voor signaalcode er werd gebruikt. Maar ik weet absoluut zeker dat er vals is gespeeld. U moet ons helpen dat te bewijzen.' 'Hebt u overwogen hem om te kopen?' stelt de hoofdcommissaris hoopvol voor. 'Hij weet waarschijnlijk niet eens hoeveel nullen er in een miljard zitten. Hij is vast helemaal blij met een paar duizend roepie.' Ik heb zin om de hoofdcommissaris te slaan. Ik moet toegeven dat ik voor de show niet wist hoeveel een miljard roepie was. Maar dat was toen. Nu weet ik het wel. En ik wil die prijs per se hebben. Compleet met alle negen nullen. Johnsons antwoord is geruststellend. 'Dat kan niet,' zegt hij. 'Dan zijn we strafbaar. U begrijpt dat hij of terecht heeft gewonnen, of een bedrieger is. Dus óf hij krijgt een miljard, óf hij gaat de gevangenis in. Een middenweg is er niet. U moet me helpen te zorgen dat hij naar de gevangenis gaat. Meneer Mikhailov zou bezwijken als hij nu een miljard zou moeten betalen.' De hoofdcommissaris kijkt Johnson recht in zijn ogen. 'Ik begrijpt wat u bedoelt,' teemt hij, 'maar waarom zou ik dat willen?' Alsof het zo is afgesproken, trekt Johnson hem aan een arm een hoek in. Deze keer spreken ze op gedempte toon. Ik hoor maar twee woorden: 'Eén procent.' De hoofdcommissaris is duidelijk opgewonden door wat er tegen hem wordt gezegd. 'Goed, goed, meneer Johnson, uw werk zit erop. Ik roep Godbole er even bij.' De inspecteur wordt binnengeroepen. 'Godbole, wat heb je tot nu toe uit hem gekregen?' vraagt de hoofdcommissaris. Godbole staart me met een haatdragende blik aan. 'Niets, hoofdcommissaris sahib. De klootzak blijft maar zeggen dat hij de antwoorden gewoon ''wist''. Dat hij geluk had.' 'Geluk, hè?' sneert Johnson. 'Ja, meneer. Ik heb hem nog niet de duimschroeven aangedraaid, anders had hij nu wel gezongen als een kanarie. Als u me toestemming geeft, meneer, heb ik zo de namen van al zijn medeplichtigen.' De hoofdcommissaris kijkt Johnson en Nanda vragend aan. 'Zit u daarmee?' Nanda schudt wild met zijn hoofd, waardoor zijn lange haar rond zijn gezicht wappert. 'Daar komt niets van in. Er wordt niet gemarteld. De media weten al dat hij is gearresteerd. Als ze ontdekken dat hij is gemarteld, kunnen we wel inpakken. Ik heb al genoeg problemen zonder dat ik een proces aan mijn broek krijg van een mensenrechtenorganisatie.' De hoofdcommissaris geeft hem een klopje op zijn rug. 'Billy, je lijkt wel een Amerikaan. Maak je geen zorgen. Godbole weet wat hij doet. Je zult er niets van zien.' Ik voel de gal in mijn maag als een ballon opborrelen. Ik heb het gevoel dat ik moet overgeven. De hoofdcommissaris maakt aanstalten te vertrekken. 'Godbole, ik vertrek nu met deze heren, maar morgenochtend verwacht ik de naam van de medeplichtige en de details van hoe ze te werk zijn gegaan. Doe wat nodig is om de informatie uit hem te krijgen. Maar wees voorzichtig. Zoals altijd zal je werk gepast worden beloond.' 'Dank u meneer, dank u.' Godbole tovert een statische glimlach op zijn gezicht. 'En maakt u zich maar geen zorgen, meneer. Tegen de tijd dat ik klaar ben met deze jongen, zal hij zelfs de moord op Mahatma Gandhi willen bekennen.' Ik probeer me te herinneren wie Mahatma Gandhi heeft vermoord, degene die zei: 'Hé, Ram!' voor hij stierf. Dat weet ik nog omdat ik had geroepen: 'Zo heet ik ook!' en vader Timothy rustig had uitgelegd dat het de naam van Heer Ram was, de hindoegod die voor veertien jaar naar het oerwoud werd verbannen. Ondertussen heeft Godbole de hoofdcommissaris en de twee mannen uitgelaten. Hij komt hijgend de verhoorkamer binnen en slaat de deur dicht. Dan knipt hij met zijn vingers. 'Oké, klootzak, uitkleden!'
Een scherpe, bonkende pijn komt uit iedere porie in mijn lichaam. Mijn handen zijn met een ruw touw aan de houten balk vastgebonden. De balk hangt drie meter boven de grond, dus mijn benen bungelen in de lucht en mijn handen en voeten voelen of ze uit elkaar worden gescheurd. Ik ben helemaal naakt. De ribben onder mijn huid steken uit als die van de verhongerende baby'tjes in Afrika. Godbole heeft me al meer dan een uur gemarteld en hij is nog steeds niet klaar. Hij bedenkt zo'n beetje ieder halfuur een nieuw martelinstrument. Eerst prikte hij een houten pook in mijn anus. Met chilipoeder eraan. Het voelde of er een gloeiende gietijzeren pook in mijn achterste stak. Ik stikte bijna en kokhalsde van de pijn. Toen duwde hij mijn hoofd in een emmer water en hield het onder water tot mijn longen bijna explodeerden. Ik sputterde en snakte naar adem en verdronk bijna. Nu houdt hij een elektriciteitsdraad in zijn hand als een sterretje met Diwali. Hij danst om me heen als een dronken bokser en raakt ineens de onderkant van mijn linkervoet met de blootliggende draad aan. De elektrische stroom schiet door mijn lichaam als heet vergif. Ik verkramp en begin hevig te schokken. Godbole schreeuwt tegen me: 'Klootzak, vertel je me nog steeds niet hoe je de boel hebt belazerd in de show? Van wie kreeg je de antwoorden? Vertel het me en deze kwelling is voorbij. Dan krijg je een lekkere, warme maaltijd. Dan mag je zelfs naar huis.' Maar mijn huis voelt nu als een plek ergens heel ver weg. En als ik warm ga eten, ga ik overgeven. Als je heel lang niet eet, verschrompelt de honger en sterft; het enige wat dan achterblijft, is een vage pijn in je maag. Ik word nu overvallen door een vlaag van misselijkheid. Ik krijg een black-out. Door een dikke mist zie ik een lange vrouw met golvend zwart haar. Achter haar giert de wind, waardoor haar gitzwarte haar voor haar gezicht waait, dat erachter schuilgaat. Ze draagt een witte sari en het dunne materiaal fladdert en trilt als een vlieger. Ze opent haar armen en schreeuwt: 'Mijn zoon... mijn zoon... wat doen ze je aan?' 'Moeder!' Ik schreeuw en reik naar haar door de waas van mist, maar Godbole grijpt me ruw vast. Ik heb het gevoel dat ik ren zonder vooruit te komen. Godbole slaat me hard in mijn gezicht en de duisternis verdwijnt. Hij reikt de vulpen weer aan. Het is een zwarte met een glanzend gouden kroontjespen. Er glinstert blauwe inkt op de punt. Ze zal wel lek zijn. 'Teken de bekentenis,' beveelt hij me. De bekentenis is heel eenvoudig: 'Ik, Ram Mohammad Thomas, verklaar hierbij dat ik op 10 juli heb deelgenomen aan de spelshow Wie Wint een Miljard. Ik beken dat ik vals heb gespeeld. Ik wist niet de antwoorden op alle vragen. Ik trek hierbij mijn aanspraak op de hoofdprijs of enige andere prijs in en smeek om vergeving. Ik verklaar dit bij vol bewustzijn en zonder druk van wie dan ook. Was getekend, Ram Mohammad Thomas.' Ik weet dat het een kwestie van tijd is voor ik die verklaring teken. Ik houd het niet veel langer vol. Vroeger werd ons altijd verteld geen ruzie met de politie te zoeken. Straatjongens als ik staan onder aan de voedselketen. Boven ons staan de kleine misdadigers, zoals zakkenrollers. Daarboven staan de afpersers en woekeraars. Daarboven de bazen. En daarboven de grote bedrijven. Maar boven alles staat de politie. Die heeft de ware macht. En niemand controleert de politie. Wie kan de politie van de politie zijn? Dus zal ik die verklaring tekenen. Als ik nog tien, misschien vijftien keer ben geslagen. Na nog vijf, misschien zes elektrische schokken. Ik hoor ineens drukte bij de deur. Schreeuwende agenten. Harde stemmen. De deur beweegt en wordt opengegooid. Er rent een jonge vrouw naar binnen. Ze is van gemiddelde lengte en slank gebouwd. Ze heeft een mooi gebit en prachtige wenkbrauwen. Midden op haar voorhoofd draagt ze een grote, ronde, blauwe bindi. Ze draagt een witte salvar kameez, een blauwe dupatta en leren sandalen. Haar lange, zwarte haar hangt los. Er hangt een bruin tasje aan haar linkerschouder. Ze is een indrukwekkende verschijning. Godbole is zo in de war dat hij met de elektrische draad in zijn eigen hand prikt. Hij gilt het uit van de pijn. Hij grijpt de indringer bijna bij de kraag voor het tot hem doordringt dat het een vrouw is. 'Waarom kom je hier zo maar binnen? Zie je niet dat ik bezig ben?' 'Ik ben Smita Shah,' zegt de vrouw rustig tegen Godbole. 'Ik ben de advocaat van meneer Ram Mohammad Thomas.' Dan kijkt ze naar mij, naar hoe ik eraan toe ben en wendt snel haar ogen af. Godbole is verbijsterd. Hij is zo verbijsterd dat het hem niet opvalt dat ik net zo verbijsterd ben. Ik heb die vrouw nog nooit gezien. Ik heb niet eens geld om een taxi te nemen. Laat staan dat ik een advocaat kan betalen. 'Pardon?' snauwt Godbole. 'U bent zijn advocaat?' 'Ja. En wat u met mijn cliënt doet, is volkomen illegaal en onacceptabel. Ik wil dat deze wrede en vernederende behandeling onmiddellijk ophoudt. Deze man heeft volgens de artikelen 330 en 331 van het Indiase Strafwetboek het recht u te vervolgen. Ik eis de papieren van zijn arrestatie ter inzage. Ik zie geen enkel bewijs dat er een Eerste Informatierapport is gemaakt. Er zijn geen redenen voor arrestatie doorgegeven, zoals op grond van artikel 22 van de Grondwet is verplicht en u schendt artikel 50 van de Criminele Procedurecode. Als u me geen arrestatiebevel kunt laten zien, neem ik mijn cliënt nu mee om met hem te overleggen.' 'Eh... eh... ik... daar zal ik de... de hoofdcommissaris over moeten spreken. Een ogenblik graag,' is het enige wat Godbole kan zeggen. Hij kijkt de vrouw met een hulpeloze uitdrukking in zijn ogen aan, schudt zijn hoofd en sluipt de kamer uit. Ik ben onder de indruk. Ik wist niet dat advocaten zoveel macht over de politie hadden. De voedselketen zal moeten worden herzien. Ik weet niet wanneer Godbole terugkomt, wat hij tegen de advocaat zegt, of wat de advocaat tegen hem zegt, want ik ben flauwgevallen. Van pijn, honger en geluk.
Ik zit op een leren bank met een kop hete, dampende thee in mijn handen. Het rechthoekige bureau ligt vol papieren. Er staan een glazen presse-papier en een rode tafellamp op het bureau. De muren van de ruimte zijn lichtroze geschilderd. De boekenplanken staan vol dikke, zwarte boeken met gouden letters op de ruggen. Er hangen ingelijste certificaten en diploma's aan de muur. Er staat een scheefgegroeide judaspenning in een hoek van de kamer. Smita komt terug met een bord en een glas in haar handen. Ik ruik eten. 'U hebt vast honger, dus ik heb wat chapatti's, groente en cola gehaald. Verder had ik niets in de koelkast.' Ik grijp haar hand. Die voelt warm en vochtig. 'Dank u,' zeg ik. Ik weet nog steeds niet hoe ze in het politiebureau is beland of waarom. Het enige wat ze met heeft verteld, is dat ze in de krant over mijn arrestatie heeft gelezen en dat ze zo snel ze kon is gekomen. Ik ben nu in haar huis in Bandra. Ik ga niet vragen wanneer ze me hierheen heeft gebracht, of waarom. Je stelt geen vragen over een wonder. Ik begin te eten. Ik eet alle chapatti's op. En alle groente. En ik drink alle cola op. Ik eet tot mijn ogen uitpuilen.
Het is nu laat in de avond. Ik heb gegeten en geslapen. Smita is nog bij me, maar ik ben nu in haar slaapkamer, op een groot bed met een blauwe sprei. Haar slaapkamer is zo anders dan die van mijn voormalige werkgever, filmster Neelima Kumari. In plaats van de enorme spiegels en de trofeeën en acteerprijzen op de planken staan hier boeken en een grote, bruine teddybeer met glazen ogen. Maar ze heeft net als Neelima een Sony-televisie en zelfs een dvd-speler. Smita zit naast me op de rand van het bed en houdt een doosje in haar handen. 'Kijk, ik heb een kopie van de dvd-opname van je show kunnen bemachtigen. Die gaan we met een vlooienkam doornemen. En ik wil dat je me exact uitlegt hoe je de antwoorden op al die vragen wist. En ik wil dat je me de waarheid vertelt.' 'De waarheid?' 'Zelfs als je vals speelt, ben ik er om je te beschermen. Wat je mij vertelt, kan niet tegen je worden gebruikt in een rechtszaal.' De eerste twijfels sluipen mijn hoofd binnen. Is ze te goed om waar te zijn? Ik ken haar niet. Heeft die kale Johnson haar gestuurd om belastend bewijs tegen me te verzamelen? Ik heb haar nog nooit gezien. Kan ik haar vertrouwen? Tijd om te beslissen. Ik pak mijn vertrouwde muntje van één roepie. Als het kop is, werk ik mee. Munt en ik vertel haar een fabeltje. Ik gooi. Kop. 'Kent u Albert Fernandes?' vraag ik haar. 'Nee. Wie is dat?' 'Hij heeft een illegale fabriek in Dharavi waar gespen voor horlogebandjes worden gemaakt.' 'En?' 'Hij speelt matka.' 'Matka?' 'Illegaal gokken met kaarten.' 'Oké.' 'Albert Fernandes speelt dus matka en afgelopen dinsdag had hij een verbluffende avond.' 'Wat is er gebeurd?' 'Hij speelde vijftien winnende kaarten achter elkaar. Kunt u dat geloven? Hij heeft op één avond vijftigduizend roepie gewonnen.' 'En? Ik begrijp het verband niet.' 'Nee? Hij heeft geluk gehad met kaarten. Ik heb geluk gehad met die show.' 'U wist de antwoorden?' 'Ja. Op alle vragen.' 'Wat heeft dat dan met geluk te maken?' 'Nou, was het geen geluk dat ze alleen vragen stelden waar ik het antwoord op wist?' De blik van totaal ongeloof in Smita's ogen zegt genoeg. Ik kan het niet meer aan. Ik voel me verdrietig en woedend tegelijk. 'Ik weet wat u denkt. Net als Godbole vraagt u zich af wat ik in die spelshow deed. Net als Godbole denkt u dat ik alleen geschikt ben om kip en whisky te serveren in een restaurant. Dat ik moet leven als een hond en moet sterven als een insect. Toch?' 'Nee, Ram.' Ze pakt mijn hand. 'Dat zal ik nooit vinden. Maar je moet me wel begrijpen. Als ik je moet helpen, moet ik het weten. En ik moet toegeven dat ik het moeilijk te bevatten vind hoe je alle antwoorden op die moeilijke vragen wist. Ik wist zelf nog niet de helft van de antwoorden.' 'Nou, mevrouw, wij armoedzaaiers kunnen ook vragen stellen en soms een antwoord eisen. En ik durf te wedden dat als de armoedzaaiers een quiz zouden samenstellen, de rijkelui geen enkel antwoord zouden weten. Ik weet niet welke munteenheid er in Frankrijk wordt gebruikt, maar ik weet precies hoeveel geld Shalini Tai schuldig is aan de geldschieter in onze wijk. Ik weet niet wie de eerste man op de maan was, maar ik weet wel wie de eerste was die in Dharavi illegale dvd's maakte. Weet u het antwoord op de vragen in mijn quiz?' 'Rustig maar, Ram. Niet boos worden, ik bedoel het goed. Ik wil echt helpen. Maar als je de boel niet hebt bedrogen, moet ik weten hoe je die antwoorden wist.' 'Dat kan ik niet uitleggen.' 'Waarom niet?' 'Bent u zich er constant van bewust hoe u ademt? Nee. Je weet gewoon dat je dat doet. Zo kan ik ook niet vertellen hoe ik die antwoorden wist. Ik ben nooit naar school geweest. Ik heb geen boeken gelezen. Maar ik vertel u dat ik die antwoorden wist.' 'Dus moet ik je hele leven kennen om te begrijpen waar die antwoorden vandaan kwamen?' 'Misschien.' Smita knikt. 'Ik denk dat dat de sleutel is. Een quiz is per slot van rekening geen kennistest, maar een geheugentest.' Ze schikt haar blauwe dupatta en kijkt me aan. 'Ik wil je herinneringen horen. Kun je bij het begin beginnen?' 'Bedoelt u mijn geboortejaar? Jaar één?' 'Nee. Vanaf de eerste vraag. Maar voor we beginnen, moet je me beloven, Ram Mohammad Thomas, dat je me de waarheid vertelt.' 'Zoals ze dat in de film zeggen? De waarheid en niets dan de waarheid?' 'Precies.' Ik haal diep adem. 'Ja, dat beloof ik, maar waar moet ik op zweren? De gita, de koran of de bijbel, het maakt mij niet uit.' 'Ik heb geen boek nodig. Ik ben jouw getuige. Net zoals jij de mijne bent.' Smita haalt een glanzend schijfje uit het doosje en stopt het in de dvd-speler.